Wat ijsmeesters weten maar schaatsers vergeten
Hoe houd je kennis over ijs op peil en herinneringen aan schaatsen op natuurijs levend? Bij Omrop Fryslân kun je luisteren en kijken naar een college over ijs, gegeven door oud ijsmeester- en voorzitter van de Koninklijke Vereniging van De Friesche Elfsteden Henk Kroes, zijn zoon Sytse Kroes, ijsmeester van de Friesche IJsbond en Marijke Groenewoud, topschaatster.
Het is alweer dertien jaar geleden dat we voor het laatst een echt serieuze winter hadden waar we op schaatsen stonden en er zelfs onofficieel veel mensen langs de elf steden gingen. Toch lijkt de echte Elfstedentocht heel ver weg. Door klimaatverandering is er steeds minder kans op de komst van de 'tocht der tochten'. Zo raakt de kennis over ijsgroei en hoe om te gaan met dit natuurfenomeen langzaam weg.
Bekijk hier het college over ijs: IIs yn waarme tiden
Hoe groeit ijs?
Alle soorten ijs houdt zich weer anders. Voor een ijsmeester, maar ook voor de schaatsers is het van belang te weten hoe met verschillende soorten ijs om te gaan.
IJs drijft op water. Als ijs zich vormt groeit het volume en wordt het dus lichter dan water. Water van 4 graden boven nul is het zwaarst. En ijs groeit aan de bovenkant. Hoe dikker het ijs, hoe moeilijker het groeit. Want de groei moet dan door het ijs heen komen. Laagjes water op het ijs aanbrengen is dan ook niet effectief, want dan ontstaan er zogenaamde dubbele laagjes.
Als er een heel beetje water op het ijs ligt door dooi, is dat voordelig. Dat was in 1996 het geval. De Elfmerentocht - een soort opmaat naar de Elfstedentocht - ging toen niet goed, want het begon te dooien. Maar later begon het weer te vriezen. Toen kwam er heel sterk ijs en kon de tocht worden geschaatst.
IJs is een trampoline
Het komt heel precies dus. IJs is een soort trampoline zegt Sytse Kroes. Dat ervaar je ook als je schaatst. Het golft een beetje. Een scheur in het ijs is dan ook niet erg, die blijft wel droog door het drijven. Zwart ijs is het meest elastisch, maar dan moet je natuurlijk niet met te veel mensen tegelijk op ijs staan. De draagkracht, het gewicht op het ijs en hoe lang dat gewicht op het ijs staat zijn van belang. Problemen ontstaan als mensen te lang op dezelfde plek staan. Niet te lang bij de 'koek en zopie' staan dus...
Gekte slaat toe
De ijsgekte slaat in ons land al heel snel toe als de temperatuur een paar dagen onder nul komt. Voor vader en zoon Kroes een van de redenen om hun ijsverhaal over te brengen. We stappen veel te snel en niet goed genoeg voorbereid het ijs op. Kroes junior, ijsmeester van de Friesche IJsbond steekt vaak zijn licht op in Zweden. Daar hebben ze veel praktische kennis over ijs. Veel meer dan hier. Zweden gaat ook veel beter om met ijs en schaatsen dan wij hier, zegt hij. De boodschap van beide mannen is dat we kundiger worden op het gebied van ijs. Ook de nieuwe ijsmeesters zullen hun eigen verantwoordelijkheid daarin nemen. Daarom is Kroes met jonge ijsmeesters op een soort trainingstocht geweest in Zweden.
Luisteren naar het ijs
Het publiek is in Zweden zich veel meer bewust van hun eigen risico's. Ze gaan beter voorbereid het ijs op en nooit alleen. Ze hebben daar een systeem waar mensen aanmerken hoe het ijs is. "Je moet luisteren naar het ijs, zelfs het ijs lezen en je verantwoordelijkheid nemen." Mensen kunnen hier vaak niet wachten het ijs op te gaan. "Dat is toch eigenlijk wel idioot, dat we zonder goed materiaal zo het ijs op gaan", zegt Sytse Kroes. "Je staat op een dun laagje terwijl de ijsbond zegt: het is nog niet vertrouwd, zonder na te denken over je eigen veiligheid."
Natuurijscultuur levend houden
Het is natuurlijk heel interessant en heel leuk, de verhalen over natuurijs. Maar hoe reëel is de tocht eigenlijk nog? "Is het met de invloed van sociale media nog goed te besturen? Ik hoop het zo verschrikkelijk, dat die tocht ooit weer een keer wordt gereden", zegt Henk Kroes. Sytse Kroes is positiever. Hij denkt dat we zeker nog van kerktoren naar kerktoren kunnen rijden. "Ik ben ijsmeester in warme dagen, maar het geloof is er nog wel. Die kleine wintertjes moeten we optimaal benutten, dan houden we de cultuur levend."